Soorten verlies en de invloed op (wens)ouders
Misschien ken je de uitdrukking “Het is niet blijven plakken” wel. Ik hoor hem vaak – en gebruikte hem ook zelf – als de terugplaatsing van één of meerdere embryo’s niet is gelukt. Zelfs als een fertiliteitsbehandeling (nog) niet komt tot een zwangerschap, maak je al verlies mee tijdens een traject.
Vaak denk je er al wensouder niet eens over na. Je hebt het al druk genoeg met de cyclus van hoop en verdriet waar je al een tijd in zit. En precies die cyclus zorgt voor de eerste, diepe vorm van verlies. Onzichtbaar, die zich naarmate de tijd vordert, steeds meer stapelt.
Gestapelde rouw
Het is het verlies van je gezondheid en de droom om samen onbezorgd zwanger te worden. Maar het is ook het verlies van iedere gemiste kans op het moment dat je weer ongesteld wordt. Cyclus na cylus. Waar je geen tijd voor hebt om echt bij stil te staan, want met de eerste dag van je nieuwe cyclus gloort er weer hoop aan de horizon.
En zo komt er iedere cyclus een nieuw laagje rouw bovenop. Waar je pas veel later de ruimte voor lijkt te kunnen maken. Want een nieuwe kans dient zich aan. Fysiek, hormonaal, mentaal, emotioneel maak je je alweer op voor het kindje dat je zo graag wenst.
Het verlies dat je kent
Als zwanger worden niet vanzelf gaat, hou je er met de tijd as vanzelf rekening mee dat als je eenmaal zwanger bent, dit niet perse zo zal blijven. Zeker als je eerder te maken hebt gehad met vroeg verlies, loopt de angst voor het verliezen van een volgend kindje op. Want wie zegt dat het u wel zal lukken?
Er zijn verschillende vormen van vroeg verlies die in meer of mindere mate bekend zijn. Je kunt denken aan een miskraam of missed abortion, maar ook aan een buitenbaarmoederlijke zwangerschap of een tweeling waarvan één van beide kindjes komt te overlijden (dit leidt niet altijd tot een zichtbare miskraam).
Minder bekende vormen van vroeg verlies zijn bijvoorbeeld een Mola-zwangerschap (alleen de placenta groeit door), een lege vruchtzak, of een positieve test waar bij de eerste echo niets meer van een zwangerschap te zien is.
Ook een afgebroken zwangerschap of een abortus zijn vormen van (vroeg) verlies die bekend zijn en door de meeste wensouders ook als een rouwervaring erkend worden.
Verlies zonder een officiële zwangerschap
Tijdens een fertiliteitstraject zijn er ook vormen van verlies die ervaren worden op een onbewust niveau, maar niet (h)erkend worden. Niet door de omgeving – die weet er meestal niets van – maar ook niet door de wensouders zelf. Dat, terwijl deze verliezen zeker invloed op je hebben. Vaak komt dit verdriet na afloop van het traject omhoog, pas dan krijg je de kans om te rouwen om wat je verloren bent.
Je kunt denken aan:
- De terugplaatsingen die niet lukken,
- Embryo-reductie bij een meerling om de levensvatbaarheid van de andere kinderen te vergroten,
- De embryo’s die niet goed ontdooien in de voorbereiding van een terugplaatsing,
- Embryo-selectie bij bijv. genetische aandoeningen.
Het zijn allemaal vormen van onzichtbaar verlies die je in alle drukte van een traject meekrijgt. Zonder dat je je er heel erg bewust van bent.
Invloed van vroeg verlies op (wens)ouders
Tijd om deze vormen van verlies te verwerken, is er vaak pas na afloop van het hele traject. Tot die tijd ben je bezig met de mogelijkheid dat het lukt en is het een manier van overleven om het verdriet te parkeren. Dit gebeurt vaak onbewust. In het bewuste kun je dan wel veel zwaarte en verdriet ervaren, zonder dat je precies kunt aanwijzen waar het aan ligt.
Deze verliezen laten stuk voor stuk diepe sporen na. Het heeft invloed op de volgende zwangerschap, kinderen die je misschien al hebt, en de kinderen die je nog gaat krijgen. Moeders kunnen meer angst ervaren om het kind te verliezen bij een nieuwe zwangerschap, waardoor de hechting tussen moeder en kind niet goed verloopt.
Sommige ouders projecteren de dromen en wensen die ze hebben voor dit kindje, op het volgende (replacement chld syndrome) https://en.wikipedia.org/wiki/Replacement_child Je ziet dat het nieuwe kindje soms zelfs de naam van het kindje dat overleden is. Ook bij vroeg verlies.
Voor veel ouders die dit verlies meemaken is er een verhoogd risico op langdurige psychische klachten, zoals depressie, angst en PTSS. Ook zie je vaak dat wensouders zich gaan isoleren van hun omgeving na een vroeg verlies, om de pijn van lastige vragen, gesprekken, situaties en plekken te vermijden. Daarnaast zijn er veel relaties die vroeg verlies niet overleven, soms pas na een lange tijd samen rouwen.
Ook na vele jaren kan dit verlies nog omhoog komen. Zelfs – of juist – na een positief resultaat. Een moeder kan dan ervaren dat ze maar moeilijk van het samenzijn met haar kind of kinderen kan genieten. Omdat er altijd nog verdriet en schuldgevoel zit op het gemis van het kindje, of de kindjes, die ze verloren heeft.
Wat je kunt doen tijdens je traject
Ieder verlies doet ertoe. En daar mag je alle ruimte voor maken. Je bewust zijn van de unstoppable cyclus waar je in zit – verlies is meteen een nieuwe kans – is het begin. Je kunt je op een gezonde manier voorbereiden op het einde van iedere cyclus, tijd voor jezelf plannen om aandacht geven aan het verlies en hulpbronnen inschakelen om je te ondersteunen.
Je kunt in een veilige omgeving oefenen met het toelaten van je verdriet. Je kunt leren om verbinding te maken met je lichaam waar het verdriet huist. Samen met het verwerken van emoties en overtuigingen die vaak in tandem met de rouw omhoog komen.
Na je traject komt er meer ruimte om te rouwen. Soms is dat jaren later. En alles is oké. Want ieders rouwproces loopt op z’n eigen tijd en tempo. Afscheidsrituelen kunnen je helpen om handvatten te geven aan dit proces.
Je hoeft dit niet alleen te doen als het niet lukt.