Maar je hebt toch al een kind?!
Problemen om zwanger te worden of te blijven komen niet alleen voor bij een eerste kindje. Ook bij een tweede of derde kindje gaat het soms niet vanzelf. Secundaire kinderloosheid is net zo ingrijpend als de wens voor een eerste kindje.
⠀⠀⠀⠀⠀⠀⠀⠀⠀
Sommige ouders hebben al een traject doorlopen of eerder te maken gehad met vroeg verlies. Voor hen is het vooraf meestal duidelijk dat ze opnieuw een fertiliteitstraject in moeten voor een volgend kindje. Of dat ze een verhoogd risico hebben op vroegtijdig verlies bij een mogelijke zwangerschap. Voor sommigen is het überhaupt niet mogelijk om zwanger te worden voor een tweede of derde kindje.
Anderen hadden geen enkele moeite om zwanger te worden van hun eerste kind. Het is dan als een verrassing dat het nu langer duurt, of helemaal niet lijkt te lukken.
Hoe vaak komt secundaire kinderloosheid voor?
Er zijn geen heldere cijfers over secundaire kinderloosheid in Nederland. Ongeveer 1 op de 6 mensen krijgt in hun leven te maken met vruchtbaarheidsproblemen. Dat geldt voor zowel een eerste kindje, als een tweede of derde (enzovoorts).
Het rapport van de WHO over Onvruchtbaarheid (’23) verwijst naar een studie van Mascarenhas et al. (2012) waarin wordt vermeld dat secundaire onvruchtbaarheid per regio varieert tussen 7,2% en 18%. Dat is nog steeds één op de dertien tot één op de vijf/ zes mensen die hiermee te maken krijgt.
Neem je het eerste getal, dan zijn dit in ieder geval twee mensen in je oude schoolklas.
Gezinswens
Het grote verschil in de ervaring van deze periode zit hem in het verschil tussen je kinderwens en je gezinswens. Jouw eerste wens – dat voor een eigen kindje – is al in vervulling gegaan. Maar jij hebt ook een wens voor een gezin dat groter is.
Je hebt ideeën en dromen over jullie toekomst. Over een broertje of zusje voor jouw kind(eren), over het samen opgroeien, over de dingen die jullie met zijn allen gaan ervaren. Je ziet jezelf als moeder of vader van meer kinderen.
Hoewel de buitenwereld nog wel een mening kan hebben over jouw wens, heb je hier alle recht op. Het gaat over jouw leven, jouw toekomst.
En als dit niet vanzelf – of misschien wel helemaal niet – gaat, is ook dit een groot verlies.
Wat secundaire kinderloosheid extra ingewikkeld maakt
Bij de wens om een eerste kindje is het al moeilijk genoeg om je proces te delen. Er is veel onzekerheid, verdriet en schaamte dat ‘het niet zomaar wil lukken’. Een kindje krijgen zien we allemaal nog steeds als vanzelfsprekend. Niet alleen dat je als vrouw, als stel, ‘gewoon zwanger wordt’. Maar ook dat kinderen krijgen in een bepaalde levensfase iets is wat je doet.
Veel mensen vertellen daarom weinig of niets aan hun omgeving als een kindje krijgen niet vanzelf gaat.
Heb je eenmaal een eerste kindje, dan is er ook gewoon die verwachting dat er (redelijk rap) gezinsuitbreiding zal komen. Bij secundaire kinderloosheid komt daar een nieuwe – dubbele – laag bij. Die van het schuldgevoel en het onbegrip. En dat maakt dit proces heel ingrijpend en eenzaam.
Wees blij met wat je hebt
Vanuit de omgeving is er niet altijd begrip voor jouw wens. Wat doe je moeilijk? Je hebt immers al een kindje. Soms hoeft het niet eens zo letterlijk gezegd te worden. Voor veel mensen is het ontzettend lastig voor te stellen dat je bij een tweede of derde ook veel verdriet kunt hebben als het zwanger worden niet of niet vanzelf lukt.
Vragen als: Wanneer komt de tweede? of Wil je nog meer kinderen? krijgen ineens een andere lading. Als buitenstaander weet je nooit welke diepe wens er verscholen ligt achter het beeld van een moeder (of vader) met kind. Secundaire kinderloosheid betekent niet dat je niet dolgelukkig bent met je kind(eren), maar dat je een wens en een droom hebt voor een leven met een kindje erbij. Hoe leg je dat uit? (en: wil je het überhaupt uitleggen?)
En dan is daar het schuldgevoel
Die komt in ieder geval in drievoud. En misschien voel je zelf nog wel andere dimensies qua schuldgevoel die hier niet bij staan.
- Je voelt je schuldig richting het kind wat je hebt, omdat je zoveel verdriet hebt om de (nog) onvervulde wens voor een tweede of derde kindje.
- Je hebt het gevoel dat je tekortschiet als moeder/ vader als partner. En soms zelfs als dochter/ zoon.
- Je voelt je ondankbaar omdat je al een kindje hebt, terwijl er anderen zijn die nooit het geluk van ouderschap zullen ervaren.
Dit schuldgevoel doet op verschillende momenten mee, eigenlijk wel iedere dag. En het zorgt ervoor dat je nooit volledig ruimte kunt maken voor je verlies en verdriet, waardoor het zich opstapelt.
Praktisch omgaan met secundaire kinderloosheid
Kies je ervoor om een fertiliteitstraject in te gaan om te proberen zwanger te worden, dan krijg je als ouders een extra uitdaging mee. Je draagt immers de zorg voor een kindje.
Wat wil je en kun je doen om toch zwanger te worden, of te blijven? Hoe ga je om met de loop van hoop en verdriet, iedere cyclus weer? Op welke manier maak je ruimte voor jezelf in deze lastige tijd?
Ook praktisch gezien heb je extra dingen te regelen om een behandeling in je leven te passen. De combinatie van zorgen voor je kind, je werk de bijwerkingen van de medicatie, de ad hoc ziekenhuisbezoeken, herstel na een behandeling. Het doet allemaal mee.
Het bestaat allebei tegelijk
Al met al heeft het doormaken van vruchtbaarheidsproblemen of vroeg verlies bij een tweede of derde kindje invloed op alle gebieden van je leven. En ook op het leven van het kindje(s) dat je al hebt. Dit is een belangrijke factor in het nemen van beslissingen in jouw proces. Hoe stressvol ook.
Het allerbelangrijkste is om te blijven onthouden dat de liefde voor het kindje(s) dat je hebt, én het verdriet voor het kindje wat er niet is of er niet zal komen er allebei tegelijk is. Die bestaan naast elkaar.
Onderwerpen waar je tegenaan kunt lopen als je te maken krijgen met secundaire kinderloosheid
Als een tweede of derde kindje krijgen niet vanzelf gaat, kun je tegen verscAls het in eerste instantie niet wil lukken met zwanger worden of blijven, maar ook tijdens een fertiliteitstraject, bij het beslissen om geen traject aan te gaan, en bij de acceptatie van het feit dat je secundair kinderloos blijft.
- Schuldgevoel naar het kindje(s) dat je hebt om het verdriet van jouw (nog) onvervulde gezinswens.
- Het gevoel van tekort schieten als moeder/ vader, als partner. En soms zelfs als dochter/ zoon.
- Het onbegrip vanuit je omgeving.
- Terugtrekken uit je omgeving, minder delen over je wens voor een tweede of derde kindje, uit angst dat je ondankbaar lijkt of geconfronteerd wordt met de mening van anderen.
- Wegblijven van plekken en situaties waar grotere gezinnen zijn, of veel gepraat wordt over een tweede of derde kindje.
- Jaloezie bij zwangerschappen, moeite hebben om op kraambezoek te gaan. Je terugtrekken uit vriendschappen.
- Spanning tussen jouw en je partner. Eén van jullie wil graag nog een kindje, de andere niet of minder sterk.
- Je hebt het gevoel dat er iets ‘mis’ met je is omdat zwnager worden niet lukt.
- Je kunt moeilijk genieten van het kindje(s) dat je hebt, omdat je verdriet zo groot is.
- Schuldgevoel naar je kind: je bent bang dat hij/ zij zich eenzaam voelt of straks alleen achterblijft.
- De wens om te stoppen met proberen voor een tweede of derde kindje, maar de wens niet willen ‘opgeven’.
Je hoeft het niet alleen te doen
Het grote taboe op de pijn van een (nog) onvervulde wens voor een tweede of derde kindje, maakt dit proces bijzonder eenzaam. In welke fase je ook zit. Als je het gevoel hebt dat je hierbij ondersteuning kunt gebruiken, of een Afscheidsritueel wil doen als onderdeel van je verwerkingsproces, dan ben je van harte welkom.